Adriaen Maertensz van s Gravenmade, gedoopt in 1692

 

[a] Extract uit een acte d.d. 7 julij 1746 :

Compareerden voor de Heeren Mr. Jacob van der Meer, Heer van Hoogeveen en Mr. Karel Crucius Scheepenen der Stad Leijden, als Commissen uijt het midden van de heeren Schout en Scheepenen te deesen gecommiteerd.

Adriaan van Schrama ten eenre en Theodora Adriana Kerkman desselfs Huiijsvrouw ter andere zijde.

Te kennen gevende dat nademaal sedert langen tijd tussen haar comparanten, die liefde nog de eenigheijt, niet geweest was welke tussen gegte luijden betaamde, daar omme metten anderen waaren overeengekomen, om van tafel en bedde en bijwooning te separeren.

Op conditien en in manieren als volgt

Namentlijk

Dat den eersten Comparant in eijgendom hebbe en behouden zal, een partije weij off hooijland en dat de tweede comparante in eijgendomme hebben ende behouden sal, een partije weij of hooijland gelegen in de Heerlijkheijt van Oegstgeest in de Brouck polder aan de Zeijl, groot seeven mergen twee hond.

 

Nogh ende

Dat ieder van de Comparanten verder in eijgendom hebben en behouden zal ende dat ijder van de Comparanten tot desselfs lasten zal hebben en behouden de verpondingen ende pagten en verdere reele lasten welken weegens iders aanbedeelde landen en huijsen loopende sijn,

ende laatstelijk dat de een ten lasten van den andere na dato deeses geene schulden ofte lasten zal moogen maken ende waar omme Sij comparanten versogten dat deese na gewoonte den volke mogte werden bekent gemaekt en afgeleesen en bij de heren Schout en Scheepenen deeser Stad geapprobeert mogte werden actum den 6 Julij 1746

 

Lagenstaat

De Heeren Schout en Scheepenen der Stad Leijden, gehoort het rapport van de welgemeende Heren Commissen hebben de voorenstaande separatie geapprobeert so als haar Edelagtbare deselve approberen bij deesen.

Actum den 6 Julij 1746

 

Lagenstaat

 

Mij prasene en is geteekent J. van Royen

 

Accordeert voor soo veel t geextraheerde aangaat met desselfs origineele sijnde van dato uijtgegeven en ondertekent als booven mij geexhibiteert

Heeden den 6e Januari 1747

Bij mij te Leijden residerende

Albertus Kleijnenbergh

Notaris Publique .



[a] Akte uit het Rijksarchief s Gravenhage R.A. Oegstgeest nr. 30 pag. 281 a.